BIOGRAFIE

Giel Vleggaar werd geboren op 9 januari 1974 te Amsterdam. Hij raakte op zijn 11e voor het eerst een piano aan, en was daar voor de komende paar jaar niet meer van weg te slaan. Het was Beethoven of niets, tot het moment dat hij een electrische gitaar in handen kreeg, en zijn leven  alleen nog maar over Prince en funk ging. Hij studeerde Arrangeren en Compositie Jazz bij Jurre Haanstra aan het Hilversums Conservatorium, en verruimde zijn horizon verder met een studie Compositie Klassiek aan het Conservatorium van Amsterdam bij Daan Manneke en Theo Verbey. Hij volgde gastlessen bij o.a. George Crumb, en stak zijn multiculturele licht op in Gambia en de muziektheorie van Karnatische muziek uit Zuid-India.

Na zijn studie ontving Giel Vleggaar in 2002 de NOG Stimuleringsprijs van het Nederlands Balletorkest (Holland Symfonia), voor zijn orkestwerk Fast Lane Woodpecker. Sindsdien volgde een gestage stroom opdrachten en uitvoeringen in binnen- en buitenland en schreef hij werken voor Orkest de Volharding, het Nieuw Ensemble, het Nederlands Strijkers Gilde, het Nederlands Vocaal Laboratorium, het Doelenkwartet, Asko Schönberg en de Radio Kamer Filharmonie. Zijn Piano Concerto dat in 2009 door Ralph van Raat in de Zaterdagmatinee in première is gebracht werd alom met gloedvolle recensies ontvangen.  Zijn werk werd gespeeld in het Holland Festival en hij keerde in 2012 terug bij de Zaterdagmatinee met het oratorium The Trees of Paradise

De muziek van Giel Vleggaar kenmerkt zich door een grote toegankelijkheid en welluidendheid. Vleggaar vermengt met speels gemak de meest uiteenlopende stijlen uit de muziekgeschiedenis, waarbij de pop- en jazzachtergrond in al zijn werken sterk naar voren komt. In Appalachia uit 2004 voor het Nieuw Ensemble gaan bluegrass, bebop en avant-gardemuziek een explosief huwelijk aan. In zijn orkestwerk Dead as Disco uit 2006 voor de Radio Kamer Filharmonie beschrijft Vleggaar de langzame ondergang van het disco-genre, gezien in het licht van jaren 80-elektropop. Zijn muziek klinkt vaak lyrisch en heeft een aanstekelijke, soms obstinate ritmische drive. Daarbij schrijft met hetzelfde gemak voor kleine bezettingen als voor symfonieorkest.

Recentelijk was hij als muzikaal adviseur betrokken bij de voorstellingen Rito de Primavera in het Holland Festival en De langste nacht van Cappella Amsterdam met Project Wildeman. Ook droeg hij als componist en arrangeur stukken aan voor de kindervoorstelling Maankozijn van het Concertgebouworkest. Ondanks zijn successen in de klassieke muziek concentreert hij zich de laatste jaren vooral op het maken en produceren van popmuziek. Onder zijn alter ego Gielstar bracht hij in 2020 het album Midlifers uit en bereidt op dit moment een live-show voor met nummers van deze plaat. 

GREATEST HITS

COMPOSITIES

  • Wake Up Sleeping Beauty (2016), voor blaaskwintet
  • Springs Eternal (2014), voor symfonieorkest
  • Jägerlieder (2013), voor sopraan, strijkkwartet en piano
  • Arise (2013), voor koperblazers
  • The Trees of Paradise (2012), voor 3 zangers, koor en symfonieorkest
  • Arcadia (2012), voor symfonieorkest
  • Pretty Beautiful (2011), voor 12 blazers
  • DAZED (2011), voor 3 zangers en ensemble
  • Fünf (2010), voor symfonieorkest
  • Ayre of Solace (2009), voor symfonieorkest
  • Piano Concerto (2008), voor piano en orkest
  • Wanted: Ferne Geliebte (2007), voor 3 sopranen en ensemble
  • Atomic UFO Saves the Day (Again) (2007), voor basgitaar en ensemble
  • In Transit (2007), voor saxofoonkwartet en slagwerkduo
  • Dead as Disco (2006), voor symfonieorkest
  • String Quartet (2006), voor strijkkwartet
  • Drowning (2006), voor 5 stemmen
  • Aiming for Ecstasy (2005), voor elektrische gitaar
  • Post Mortem (2005), voor stem en ensemble
  • Up and Away (2005), voor strijkorkest
  • Appalachia (2004), voor steelstring akoestische gitaar en ensemble
  • Brave Cactus Hits the Road (2003), voor ensemble
  • Falling Down [XL] (2006), voor fluit, klarinet, tuba, slagwerk en piano
  • Falling Down (2003), voor klarinet, cello en piano
  • Come Here Often? (2003), voor 2 slagwerkers en soundtrack
  • Bred in Captivity (2002), voor ensemble
  • Counting Stars with Confidence (2002), voor cello  en piano
  • L’apres-midi d’un toreador (2001), voor fluitorkest
  • Fast Lane Woodpecker (2001), voor symfonieorkest
  • DNCS (1999) voor hobo, klarinet, viool, cello en piano
  • Day Before Dusk (1998) voor het Amerikaanse ensemble Non Sequitur
  • In Limbo (1997) voor de Nederlandse groep Osmosis
  • Counting Stars with Confidence (1997) voor basklarinet en klavecimbel
De bladmuziek van de werken van Giel Vleggaar wordt uitgegeven door Donemus.

CONTACT